werknemersvertrouwen nog bijlange niet op niveau van 2007

De arbeidsmarkt is de laatste tijd in goede doen. Het aantal openstaande vacatures gaat in stijgende lijn, het aantal knelpuntberoepen swingt de pan uit en logischerwijze daalt ook de werkloosheid. Hr-dienstverlener Randstad vond de tijd rijp om te meten hoe het zit met het gemiddelde werknemersvertrouwen. De verwachting was dat dit vertrouwen dicht in de buurt van het vertrouwen tijdens de vorige hoogconjunctuur in 2007 zou liggen - en waarom niet - dit zelfs zou overtreffen. Globaal genomen valt dit echter redelijk tegen.

ondanks betere arbeidsmarktprestaties hebben vrouwen minder vertrouwen

 

vertrouwen verrassend laag

Het aandeel optimisten (zij die de arbeidsmarkt gunstig of heel gunstig vinden om werk te vinden of om van werk te veranderen) ligt ternauwernood hoger dan het aandeel pessimisten. 44% vindt de arbeidsmarkt gunstig of heel gunstig. 39% schat de kansen op de arbeidsmarkt ongunstig of heel ongunstig in. Voor 17% is de arbeidsmarkt gunstig noch ongunstig. Het ziet er naar uit dat het werknemersvertrouwen niet meer helemaal spoort met de objectieve arbeidsmarktontwikkelingen.

 

structureel onzekerder?

Op dit ogenblik bedraagt de werkloosheidsgraad in België 7,2 %. (Eurostat, derde kwartaal 2017). Lager dus dan in 2007, toen 7,5 %. Dan valt logischerwijs te verwachten dat het werknemersvertrouwen vandaag het niveau van 2007 (minstens) evenaart. Vreemd genoeg ligt het aandeel optimisten maar liefst 9 procentpunten lager dan toen. Toen was 53% van de bevraagden optimistisch over hun kansen op de arbeidsmarkt, ten opzichte van 44% vandaag. Dit suggereert dat werknemers en werkzoekenden structureel - los van de economische conjunctuur -  onzekerder zijn geworden over hun positie op de arbeidsmarkt.  

 

globalisering en digitalisering/robotisering

Een mogelijke verklaring ligt in twee belangrijke ontwikkelingen: de globalisering en de digitalisering/robotisering. Door de globalisering vrezen werknemers dat een deel van de beschikbare jobs verdwijnen naar het buitenland of dat buitenlandse investeerders minder dan vroeger in België zullen investeren. Nog belangrijker is de technologische ontwikkeling. Velen geloven dat jobs worden overgenomen door robots of worden gedigitaliseerd/geautomatiseerd en dat er onvoldoende nieuwe jobs zullen worden gecreëerd. In beide gevallen gaat het grotendeels om percepties die helemaal niet door de feiten worden bevestigd. Het nieuwe onderzoek van McKinsey ‘Shaping the future of work in Europe’s digital front-runners’ dat enkele dagen geleden  werd voorgesteld, maakt dat nog maar eens duidelijk.

 

vrouwen veel pessimistischer dan mannen

Een tweede belangrijke vaststelling is dat vrouwen de arbeidsmarkt veel ongunstiger blijven inschatten dan mannen. De werkloosheid van vrouwen is de voorbije 10 jaar nochtans gunstig geëvolueerd ten opzichte van de mannelijke werkloosheid. De voorbije jaren lag de werkloosheidsgraad in België op of onder het niveau van dat van mannen.*   

Die positieve evolutie heeft echter geen effect op het globale vertrouwen van vrouwen. Het verschil lijkt zelfs gegroeid en bedraagt nu 15 procentpunten (resp. 51% en 36% optimisten). Vrouwen zijn zowel meer neutraal (21% tov 14%) als meer pessimistisch (resp. 43%  tov 35%) dan mannen wat hun kansen op de arbeidsmarkt betreft. Bij de vrouwen zijn er anno 2017 meer pessimisten dan optimisten (resp. 43% en 36%). Bij de mannen is het andersom (51% optimisten  tov 35%). Het minste wat we kunnen zeggen is dat het vertrouwen van vrouwen de globale arbeidsmarktpositie niet volgt.

De andere verschillen tussen de subgroepen blijven, zoals verwacht, bestaan. Nederlandstaligen blijven veel positiever dan Franstaligen (59% versus 29%). En jongeren blijken positiever dan  45-plussers: 46% versus 39%. Het laatste verschil is echter kleiner dan verwacht.

 

 “Het achterblijven van het arbeidsmarktvertrouwen van de werknemers heeft als mogelijk effect dat de vrijwillige mobiliteit van werknemers wordt afgeremd.   Onderzoek van Securex uit 2016 lijkt dit te bevestigen. Deze lage vrijwillige mobiliteit  is niet zo goed voor de globale werking van onze arbeidsmarkt en het kan ook negatief inwerken op innovatie en productiviteit.” - Jan Denys, arbeidsmarktexpert bij Randstad.


*In Vlaanderen is de werkloosheidsgraad  bij mannen en vrouwen gelijk (6,9%) (bron VDAB). In Wallonië ligt werkloosheidsgraad van mannen een stuk hoger dan deze van vrouwen (10,5 versus 8,2). (bron Forem) Alleen in Brussel is werkloosheidsgraad van vrouwen nog hoger dan deze van mannen (17,3 versus 16,2) (bron Actiris).

 

werknemersvertrouwen in 2007 en 2017: hoe schat u uw kansen in om werk te vinden of om van werk te veranderen? (in %)

 

  2017 mannen vrouwen 2007
zeer gunstig 16 20 13 18
gunstig 27 31 23 35
neutraal 17 14 21 13
ongunstig 23 20 27 21
zeer ongunstig 16 15 27 14

 

onderzoekspopulatie

Totaal                   485 (alleen diegenen die actief zijn (werkend of werkzoekend) werden weerhouden, de resultaten wijken echter slechts minimaal af van de totale populatie (actief en niet actief) die 667 eenheden bedroeg).

Mannen                 245

Vrouwen                240

Nederlandstalig      251

Franstalig              234

 

-25                         45

25-34                    118 

35-44                    136

+45                      186