werk vinden op de arbeidsmarkt

download de studie
pressbericht
pressbericht

effect in België minder uitgesproken dan in rest van de wereld.

  • meer mensen vinden werk via Google, LinkedIn en Facebook.
  • gaat niet ten koste van publieke en private arbeidsbemiddelaars.
  • kortgeschoolden zetten minder kanalen in om werk te vinden dan midden- en hooggeschoolden.

Dat bedrijven als Google, LinkedIn en Facebook een belangrijke rol spelen in het matchen van vraag en aanbod was reeds bekend uit onderzoek van Randstad Research in 2019. De voorbije twee jaar hebben de techgiganten hun marktaandeel gevoelig versterkt. Wereldwijd vindt nu 25% werk via Google, 18% via LinkedIn en 17% via Facebook. In 2019 was dit nog 17-, 13- en 11%). Ook in België versterken de bedrijven hun aandeel zij het minder uitgesproken dan wereldwijd. Google stijgt van 17 naar 19%, LinkedIn van 9 naar 14% en Facebook van 11 naar 17%. De groeiende impact van de techgiganten gaat wereldwijd niet ten koste van de private en publieke bemiddelaars maar van de vacaturesites en connecties en referenties.

België wijkt nog steeds af van wereldwijde trend.

Steeds meer mensen vinden een job via Google, LinkedIn en Facebook. Wereldwijd is dit meer uitgesproken dan in België maar ook hier is de evolutie onmiskenbaar. Deze evolutie gaat blijkbaar ten koste van de persoonlijke netwerken van connecties en referenties. Dit stellen we vast in zowel België als wereldwijd (in België van 26 naar 18%, wereldwijd van 31 naar 25%). Een andere verliezer wereldwijd zijn de vacaturesites (van 38 naar 32%). De vacaturesites blijven wereldwijd wel veruit het belangrijkste kanaal. In België halen deze vacaturesites een veel lager aandeel (16%) maar hun positie blijft hier ongewijzigd (in 2019 15%). De sterkere positie van de techgiganten lijkt niet meteen ten koste te gaan van de publieke en private bemiddelaars. Wereldwijd blijft de positie van de publieke bemiddelaars constant (van 12 naar 13%), in België is er wel achteruitgang van 28 naar 23% nog steeds quasi het dubbele van het aandeel wereldwijd. De private bemiddelaars gaan er wereldwijd op vooruit (rekruteringsbureaus van 20 naar 25%, uitzendbureaus van 17 naar 19%). Dat de sterkere positie van de techgiganten globaal genomen niet ten koste gaat van publieke en private bemiddelaars komt vooral omdat de meeste jobs via een combinatie van kanalen worden gevonden. 

het intermediaire ecosysteem.

Een belangrijk gevolg van de komst van nieuwe kanalen om werk te zoeken en te vinden is dat werkzoekenden en bedrijven zich nu via meer kanalen gaan oriënteren. De meeste jobs worden nu via een combinatie van kanalen gevonden. Wie werk vindt via de VDAB, Actiris of Forem doet dat in 32% van de gevallen ook via Google, in 40% via een uitzendkantoor en in 39% via social media. Er ontstaat een grote verwevenheid onder de verschillende kanalen. 

nieuwe uitdagingen.

De verdere doorbraak van de techreuzen op de arbeidsmarkt zorgt voor heel wat nieuwe uitdagingen. De VDAB wordt als regisseur van de arbeidsmarkt geconfronteerd met spelers van een ander niveau dan de traditionele private arbeidsbemiddelaars. Ze behoren tot de vijf grootste bedrijven ter wereld. De krachtsverhoudingen tussen publiek en privé, die zeker wereldwijd al in het voordeel van de privéspelers waren geëvolueerd zijn nu helemaal doorgeslagen naar het private kamp. Een bedrijf als LinkedIn heeft meer data over de loopbanen van werkenden en werkzoekenden dan de publieke speler. Dit noodzaakt ook de overheden tot een reflectie in welke mate deze nieuwe spelers het arbeidsmarktbeleid mee vorm kunnen geven, gesteld dat ze dit willen. Hetzelfde geldt voor andere stakeholders zoals werkgeversfederaties en vakbonden. De nieuwe spelers behoren niet tot het sociaal institutionele weefsel en zijn wellicht ook niet van plan daarin toe te treden. Ook voor de private bemiddelaars zoals rekruterings- en uitzendbureaus vormen de nieuwe spelers een uitdaging. Er zijn geen aanwijzingen dat de groei van deze laatste ten koste is gegaan van hun marktaandeel maar het invullen van vacatures verloopt nu meer in combinatie met hen. 


Wat dit betekent voor de arbeidsmarkt is minder duidelijk. Of de kwaliteit van de matching onder hun invloed is verbeterd, is nog niet aangetoond. Voor België kunnen we in elk geval aantonen dat de vrijwillige mobiliteit onder invloed van de nieuwe spelers niet is toegenomen het voorbije decennium. Als Google,LinkedIn en Facebook al meer mensen in beweging zetten dan zijn er duidelijk krachten aan het werk die dit effect tegen gaan.
 

De nieuwe spelers hebben vijf unieke troeven. Ze behoren tot de grootste bedrijven ter wereld. Ze zijn volledig globaal. (LinkedIn zit in 200 landen, Google in 219). Ze ontwikkelen ee.n doorlopende interactie met hun klanten en zijn er in sommige gevallen in geslaagd een sterk netwerk, gemeenschap op te bouwen van bedrijven en werkzoekenden. En ze beschikken over meer data

Jan Denys
arbeidsmarktexpert Randstad