Tom, 41 jaar en callcentermedewerker, is net hersteld van kanker. Zijn leidinggevende wil het hem bij zijn re-integratie zo gemakkelijk mogelijk maken: geen telefonisch klantencontact meer, vooral thuiswerk en rustig opstarten met louter e-mailafhandeling.
Op papier een doordachte comeback. Toch haakt Tom compleet af tijdens het telefoontje waarin hem die oplossing wordt aangekondigd.
Wat ging er mis? De leidinggevende had vooral nagedacht over wat Tom nodig had, zonder eerst te vragen wat Tom zelf wilde, aankon en belangrijk vond.
Een succesvolle re-integratie na een langdurige afwezigheid begint dan ook niet bij de perfecte oplossing, maar bij het juiste gesprek. Dat inzicht, en nog heel wat andere concrete hefbomen, deelde Anja Van den Broeck (KU Leuven), tijdens een seminarie aan boord van onze Clipper Stad Amsterdam.
een uitdaging van formaat
België telt bijna 600.000 langdurig zieken. Ongeveer een derde daarvan kampt met psychosociale klachten: depressie, angst of burn-out, vaak met een diagnose die niet helemaal dekt wat er werkelijk speelt. Opvallend veel van de langdurige zieken zijn oudere medewerkers.
Tegelijk heeft slechts 20% van de organisaties vandaag een uitgewerkt re-integratiebeleid. En hoewel negen op de tien leidinggevenden zichzelf als de sleutelfiguur beschouwen bij een re-integratie, voelen de meesten zich daar onvoldoende op voorbereid.
Dat creëert een lastige combinatie: leidinggevenden voelen zich verantwoordelijk, maar zijn onvoldoende gewapend om die verantwoordelijkheid goed op te nemen.
Zonder plan of de nodige ondersteuning vallen leidinggevenden vanuit het wettelijk kader daarom gemakkelijk terug op een soort plan-do-check-modus. Er worden afspraken gemaakt, taken aangepast en geëvalueerd. En als de terugkeer toch niet lukt, volgt vaak dezelfde vraag: wat hebben we nog niet geprobeerd? Nog een aanpassing. Nog een maatregel. Nog een oplossing.
re-integratie is een menselijk proces
Terwijl de echte oplossing meestal elders zit: in de manier waarop je het gesprek voert.
Dat blijkt uit onderzoek van Anja Van den Broeck bij adviserend artsen van de ziekenfondsen, de artsen die beslissen of iemand nog een uitkering krijgt.
Deze artsen hebben een moeilijke opdracht. In vijftien minuten tijd moeten ze iemand die ze niet kennen, zonder inzage in het medisch dossier, tegelijk controleren en aanmoedigen om terug aan de slag te gaan.
Voor veel langdurig zieken voelt zo’n context onveilig. Angst neemt het gesprek over. Sommige mensen gaan dan met gekruiste armen tegenover de arts zitten, met één doel voor ogen: duidelijk maken dat ze nog heel erg ziek zijn.
Toch bleek na een tiendaagse online training van deze artsen in motiverende gespreksvoering dat het wel degelijk kan.
Medewerkers die bij een getrainde arts terechtkwamen, keerden gemiddeld 17 dagen vroeger terug naar het werk. Nog belangrijker: de terugval nam sterk af. De beruchte draaideur van terugkeer en opnieuw uitvallen kwam bij deze mensen minder vaak voor. Ook de artsen zelf voelden zich minder uitgeput dankzij de andere manier van communiceren.
Een succesvolle re-integratie vraagt niet per se om meer tijd. De artsen hadden nog altijd maar vijftien minuten. Het vraagt vooral om een andere manier van communiceren.
waarom ‘moeten’ zo weinig oplevert
Niet elke motivatie is hetzelfde. Er is een groot verschil tussen mensen die terugkeren omdat ze dat zelf willen - omdat ze hun werk waardevol vinden, graag bijdragen of zich terug onderdeel van hun organisatie willen voelen – en mensen die terugkeren omdat ze het gevoel hebben dat het moet.
Dat ‘moeten’ kan verschillende vormen aannemen. Druk van de werkgever, verwachtingen van de omgeving, maar ook de druk die iemand zichzelf oplegt. Denk aan de perfectionist die zich schuldig voelt tegenover collega’s omdat die tijdens zijn afwezigheid extra taken hebben opgenomen.
Bij een steekproef van langdurig zieken bleek 31% vooral vanuit dat ‘moeten’ te functioneren. En het is net die groep die de meeste stress ervaart en de terugkeer ziet als een grote drempel.
Nog eens 14% zit in wat onderzoekers amotivatie noemen: een gevoel van machteloosheid. Niet luiheid of onwil, maar het idee dat wat je professioneel doet weinig verschil maakt.
Toch grijpen we in onze onwetendheid vaak terug naar controle: sancties, verplichte trajecten, druk. Dat kan mensen op korte termijn in beweging brengen. Maar zodra die controle wegvalt, verdwijnt vaak ook de motivatie om het gedrag vol te houden.
Ik vind de metafoor uit De Kleine Prins wel heel toepasselijk. Je leert mensen geen schepen bouwen door hen simpelweg taken toe te wijzen zoals hout te sprokkelen, maar door hen te laten verlangen naar de zee.
Vertaald naar re-integratie: ga eerst samen op zoek naar waar iemand weer waarde kan en wil toevoegen, in plaats van die persoon eenzijdig een aangepast takenpakket op te leggen.
het ABC van een motiverend re-integratiegesprek
Wat maakt een gesprek motiverend? Volgens de zelfdeterminatietheorie komen daarbij drie psychologische basisbehoeften samen: competentie, betrokkenheid en autonomie. Of eenvoudiger: het gevoel dat je iets kunt, ertoe doet, erbij hoort en mee richting kunt geven aan wat er gebeurt.
- Autonomie betekent daarbij niet: zoek het zelf maar uit. Onderzoek bij kankerpatiënten toont net dat te veel vrijheid bij de terugkeer averechts kan werken. Mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Binnen dat duidelijke kader willen ze vervolgens zelf kunnen meedenken en kiezen. Structuur en autonomie versterken elkaar dus.
- Betrokkenheid zit soms in kleine dingen: een oprechte ‘hoe is het met je?’ voor je over het werk begint. Een leidinggevende die ook weken na de terugkeer nog eens vraagt hoe het gaat. Het signaal dat iemand meer is dan zijn takenpakket.
- Competentie betekent dat iemand terug kan ervaren: ik kan dit. Taken die haalbaar zijn, ruimte om weer vertrouwen op te bouwen en zicht op hoe iemand opnieuw kan bijdragen, maken van een terugkeer meer dan alleen weer aan het werk gaan.
Let daarbij wel op voor een veelvoorkomende valkuil die al jouw goede bedoelingen kan ondergraven.
De reparatiereflex is de neiging om een probleem meteen te willen oplossen, nog voordat je goed hebt geluisterd naar wat er werkelijk speelt. De reflex komt vaak voort uit oprechte zorg. Maar wie te snel met een oplossing komt, neemt ook de ruimte weg voor de medewerker om zelf mee te denken en richting te geven. En net dat ownership is belangrijk voor duurzame motivatie.
Luister dus eerst, bied daarna een duidelijk kader en zoek binnen dat kader samen naar een oplossing die werkt. En maak de afspraken heel concreet: wie knikt, heeft niet noodzakelijk hetzelfde begrepen.
Toen ik aan boord kwam, hadden we 60 langdurig afwezigen op een totaal van 450 medewerkers. We hebben al die mensen gecontacteerd en zijn met hen in gesprek gegaan over wat voor hen haalbaar was.Dat heeft ons in het eerste jaar 47 van de 60 mensen terug aan het werk opgeleverd, wat een spectaculair resultaat is.
Tot op vandaag zijn we intensief bezig met de re-integratie van langdurig afwezigen. Het laatste jaar zetten we daarnaast ook in op preventiebeleid: we pakken de oorzaken van uitval proactief aan, zodat mensen niet uitvallen. Dat is uiteraard veel beter dan ze achteraf te moeten terughalen. - Stephanie De Wulf, Ivago
een andere medewerker
Er is nog een obstakel dat veel re-integratietrajecten ondermijnt. Vaak denken we dat iemand na zijn herstel gewoon opnieuw in de oude functie past, als een puzzelstukje dat je gewoon weer op zijn oude plek legt.
Wat iemand belangrijk vindt, nodig heeft of aankan, kan echter veranderd zijn door wat er tijdens de afwezigheid is gebeurd. Sommige mensen komen terug met andere prioriteiten. Iemand die vroeger zonder nadenken elk gat in de planning opving, kan bijvoorbeeld beslissen dat niet meer te doen. Anderen keren terug met wrok tegenover hun werkgever. Nog anderen ontdekken tijdens hun herstel dat ze bijvoorbeeld ADHD of autisme hebben en er zich daardoor beter van bewust zijn dat ze andere noden hebben.
De persoon is veranderd. En daarmee mogelijk ook de match met de functie of de manier waarop het werk georganiseerd is.
Vraag je na een lange afwezigheid best af: past deze persoon nog in deze functie? En wat heeft deze medewerker vandaag nodig om terug goed te kunnen functioneren en groeien?
vergeet het team niet
Een laatste, vaak onderschat obstakel: hoe de collega's reageren. Een terugkeer na kanker wordt vaak met warmte onthaald. Een terugkeer na een burn-out roept bij sommigen eerder wrevel op: "ik heb jouw taken erbij moeten doen, en nu mag jij het ook nog eens rustig aan doen?"
Ga dus zeker in gesprek met het team. Bespreek hoe zij de terugkeer van hun collega ervaren en hoe ze er zelf in zitten.
Een belangrijke hefboom hierbij: wanneer collega's beseffen dat jij als werkgever ook voor hen zou zorgen, mochten zij ooit in dezelfde situatie terechtkomen, is er vaak meer begrip voor de langdurig zieke collega.
drie dingen om morgen al mee te beginnen
Een succesvolle re-integratie vraagt geen extra procedures of vooraf uitgedokterde perfecte oplossing. Het vraagt vooral om een andere manier van in gesprek gaan met de langdurig zieke medewerker.
- Kom niet met een oplossing, maar zoek eerst verbinding: begin elk gesprek met oprechte interesse. Luister eerst naar wat de medewerker ervaart en nodig heeft.
- Geef zowel structuur als inspraak: een helder kader over wat kan en niet kan, gecombineerd met echte inspraak, biedt een sterke basis voor duurzame motivatie.
- Kijk met een nieuwe blik naar de terugkerende medewerker: beschouw die niet automatisch als de persoon die vertrok. Vraag je af: past deze persoon nog bij deze functie? En wat heeft deze persoon nodig om weer goed te kunnen functioneren en te groeien?
Benieuwd naar hoe je langdurig zieken niet alleen terug naar het werk, maar ook echt aan boord kan halen? De consultants van Randstad RiseSmart begeleiden je richting duurzame aanpak met tastbare resultaten.
meer weten