De werkloosheidsuitkering van honderdduizenden werkzoekenden wordt vanaf 1 januari beperkt. Die fundamentele en noodzakelijke koerswijziging verdient steun. Maar om te slagen moet ze hand in hand gaan met een versterkt activeringsbeleid dat mensen effectief naar werk begeleidt.
Zonder sterke begeleiding blijft er vooral een stok, en nauwelijks een wortel. Activering is niet alleen een kwestie van financiële prikkels en duidelijke deadlines. Wie inzet op responsabilisering, moet ook de voorwaarden creëren om verantwoordelijkheid op te nemen.
Begeleiding is daarbij geen bijzaak. Zeker wie al langer buiten de arbeidsmarkt staat, kampt niet met één probleem maar met tal van drempels: gezondheidsproblemen, isolement, beperkte vaardigheden, administratieve obstakels. Dreigen met een verlies aan rechten werkt in zo’n context niet, een mix van vertrouwen, maatwerk en langdurige opvolging wel. Coaches zijn daarbij cruciaal. Zij vertalen de leefwereld van werkzoekenden naar de noden van de arbeidsmarkt en blijven aan boord wanneer het moeilijk gaat.
Activering is namelijk geen rechte lijn: mensen botsen op hun limieten, hervallen, hernemen. Alleen een flexibel traject laat echte re-integratie toe. Niet alleen de werkzoekenden, ook werkgevers hebben ondersteuning nodig. Zeker bij kwetsbare profielen moeten daar drempels worden verlaagd, met opnieuw een sleutelrol voor coaches. Zij dichten de kloof tussen werkzoekenden en werkgevers en zoeken samen met sociale partners naar oplossingen.
Daarom moeten we voortbouwen op wat al werkt: de samenwerking tussen publieke en private partners. Dat zomaar opzijschuiven zou een vergissing zijn. Vandaag zien we hoe verantwoordelijkheden worden doorgeschoven: de VDAB verwijst naar de lokale OCMW’s, die op hun beurt aan de alarmbel trekken over de nakende instroom. Kleinere gemeenten kampen met een gebrek aan gespecialiseerde profielen. Het resultaat is versnippering en een groeiende groep mensen die uit beeld verdwijnt. Zonder heldere verantwoordelijkheid en continuïteit dreigt de hervorming een papieren verschuiving te worden, zonder tastbaar resultaat op het terrein.
Het activeringsbeleid heeft de voorbije jaren nochtans stappen vooruitgezet: van een standaardaanpak naar meer maatwerk, van pamperen naar empowerment. Die beweging moeten we koesteren. Investeren in mensen loont en het loont om te blijven investeren als de uitkering stopt. Activering mag geen voorrecht zijn voor wie een uitkering ontvangt, maar moet een recht zijn voor wie wil meedoen.
Wie meer mensen duurzaam aan het werk wil krijgen, kan zich niet beperken tot het aanpakken van de uitkeringen. Zelf hebben we met een duurzaam resultaat in 65 tot 70 procent van de trajecten van meer dan 150.000 mensen uit kansengroepen bewezen dat succesvolle begeleiding bestaat, als we in voldoende ruimte, tijd en vertrouwen voorzien en mensen niet reduceren tot dossiers of uitkeringsperiodes. De hervorming moet daarom meer zijn dan een begrotingsoefening. De inzet: een coherent en inclusief activeringsbeleid, met voldoende middelen, slimme samenwerking en duidelijke regie.
Activering moet een hefboom zijn, geen hindernis. En die hefboom werkt alleen als begeleiding niet ophoudt als de uitkering stopt.