jan-denys
jan-denys

Uit een studie van Randstad Research bij 3.016 werknemers, blijkt dat in ons land geen sprake is van een massale golf van vrijwillige ontslagen (‘The Great Resignation’). Tegelijk is het vertrouwen in het vinden van een andere job groot. Wat betekenen die vaststellingen voor de werkgevers? “De verbondenheid en identificatie met de werkgever zijn ongewijzigd gebleven”, zegt Jan Denys, woordvoerder en arbeidsmarktdeskundige bij Randstad.

De studie van Randstad Research peilde bij werknemers hoe ze omgaan met hun loopbaan. Eerder voerde Randstad Research deze studie al uit in 2014. Uit de nieuwe resultaten blijkt een opvallende stabiliteit: ondanks de hoge vacaturegraad blijven werknemers waar ze zijn. Is dat voor bedrijven een onverwachte opsteker in tijden van war for talent? Volgens Jan Denys zijn de conclusies voor de werkgevers genuanceerder.

1. thuiswerk vreet niet aan verbondenheid en identificatie

The Great Resignation is een aanhoudende economische trend waarbij werknemers massaal vrijwillig ontslag nemen. Dit fenomeen dook vanaf begin 2021 op in de Verenigde Staten, maar eerder al rezen twijfels of het ook de plas zou oversteken. Uit de studie blijkt dat bijna drie op vier werknemers de intentie heeft om bij de huidige werkgever te blijven. “Volgens de aanhangers van The Great Resignation hebben werknemers tijdens de pandemie, en zeker tijdens de lockdown en het thuiswerk, nagedacht over hun werk en hun werkplek. Ze zijn vervolgens redelijk massaal tot de conclusie gekomen dat ze nood hebben aan verandering. Deze verandering zien we in België tot op heden nog niet in concrete exitcijfers vertaald. De verbondenheid en identificatie met het eigen bedrijf is onveranderd sinds 2014. Het vele thuiswerk heeft dat niet aangetast. Wat men ook moge beweren.”

2. het geloof in een nieuwe job is groot

Dat de Belgische werknemer honkvast is, heeft volgens de studie niets te maken met een gebrek aan geloof in een nieuwe job. Iets minder dan de helft van de respondenten (48%) is van mening makkelijk intern een nieuwe job te kunnen vinden en 59% denkt dat het ook extern makkelijk moet lukken. “Dat is voor beide situaties een sterke stijging in vergelijking met acht jaar geleden”, preciseert Jan Denys. “Toen ging het om 36% en 46%. Deze hoger ingeschatte ‘employability’ is conjunctureel volkomen logisch.” Toch is het opmerkelijk dat vanuit die overtuiging maar weinig werknemers ook effectief de stap zetten naar een nieuwe job. “Naast de vergrijzing is het mogelijk dat de nasleep van de pandemie hier een ‘omgekeerde’ rol speelt: de werknemer blijft hierdoor net zitten in plaats van te vertrekken”.

3. deeltijdse werknemers willen meer werken

De opgaande trend van deeltijds werken is al enkele jaren gestopt en ook deze studie bevestigt dat deeltijdarbeid niet de norm wordt. Uit de analyse blijkt zelfs dat ongeveer één op drie onder voorwaarden toch terug voltijds zou willen werken. “Bij deeltijders is er duidelijk nog potentieel om te voldoen aan de extra vraag”, merkt Jan Denys op. “37% ziet wel iets in meer uren werken (mits voorwaarden). Op die manier worden de deeltijders een belangrijke arbeidsreserve in deze tijden van schaarste op de arbeidsmarkt.”

4. loopbaanbegeleiding jaagt werknemers niet zomaar weg

Een nieuwe analyse in het onderzoek van Randstad Research gaat in op het loopbaanadvies. Nauwelijks een op de vijf werknemers heeft ooit beroep gedaan op deze dienstverlening (6% intern, 8% extern en 6% beiden). Bij werknemers met een masterdiploma (28%) en kaderleden (27%) ligt dit iets hoger, maar gaat het nog steeds om een duidelijke minderheid. “Een verklaring zou kunnen zijn dat loopbaanadvies en -begeleiding een redelijk recente dienstverlening is die gemiddeld meer door de jongere werknemerspopulatie wordt gevolgd, aangezien in die periode meer met loopbaanvraagstukken wordt geworsteld”, aldus Jan Denys. “Een tweede verklaring is dat vormen van loopbaanadvies en -begeleiding die lang geleden werden gevolgd, niet meer werden weerhouden in de antwoorden.” Nog opvallend in de cijfers: wie loopbaanbegeleiding kreeg, is daar tevreden over. Bij de groep die er nog geen kreeg, spreekt vooral desinteresse. “Inderdaad, bijna de helft geeft aan geen interesse te hebben. Ook de vrees van werkgevers dat loopbaanbegeleiding voor een uitstroom zorgt, is ongegrond. Het is zeker niet zo dat advies en begeleiding quasi automatisch leiden tot een verandering van werkgever. Wel zorgt extern loopbaanadvies in meer gevallen tot het verlaten van de onderneming dan intern loopbaanadvies (22% bij extern advies, 14% bij intern).”

5. snel ouder op de arbeidsmarkt

Gemiddeld is een werknemer volgens de respondenten in algemene zin ‘oud’ op de leeftijd van 66,5 jaar. Op de arbeidsmarkt is dit al op 59,1 jaar, een verschil dus van 7,4 jaar. In 2014 ging het nog om respectievelijk 68,4 en 56,5 jaar. “Dat is een redelijk grote stijging van wat men als oud op de arbeidsmarkt ervaart. Ook de gewenste pensioenleeftijd is opgeschoven naar bijna 62 jaar, terwijl de gemiddelde werknemer denkt ook effectief met pensioen te kunnen op 65,3 jaar. Toch kunnen we stellen dat de aangekondigde wijziging van de officiële pensioenleeftijd in de nabije toekomst geen spectaculair effect gehad heeft op de gewenste en de realistische pensioenleeftijd”, besluit Jan Denys.