opinie: 'plus'jobs - Vivian Roks.

vivian-roks

Mijn drie kinderen zijn nog te jong voor een studentenjob. In tegenstelling tot 80%(!) van alle studerende 15-plussers in ons land. Het gros daarvan verdient een extra cent als kassier, administratief bediende, magazijnier of productiearbeider.

Bijna 60% van al die jobstudenten werkt zowel tijdens de zomermaanden als tijdens het schooljaar. Bovendien gemiddeld meer dan vroeger – 61 dagen per jaar in plaats van 50. Ik wil u hier niet om de oren slaan met de cijfers uit onze jaarlijkse studentenstudie, maar de opwaartse trend laat zich jaar na jaar sterker voelen. Daar spelen de toenemende krapte op de arbeidsmarkt en de versoepeling van de studentenarbeidregels sinds 2017 een significante rol. Die combinatie van een arbeidstekort enerzijds en het groeiend aanbod werkwillende studenten lokt ook negatieve neveneffecten uit. Sommige bedrijven beschouwen en gebruiken studentenarbeid puur als een snelle, kostenefficiënte arbeidsoplossing. Ze grijpen naar het laaghangend fruit, maar hebben geen of te weinig aandacht voor het echte potentieel van het talent dat ze binnenhalen. Als werkgever zoek je de return on investment dus beter niet in de kostenbalans. De echte waarde zit in het potentieel van studentenjobs als rekruteringskanaal. Dat wordt te vaak onderschat.

“Een studierelevante bijbaan is voor het bedrijf een relevant rekruteringsproject.


Omgekeerd denken ook veel studenten nog op korte termijn, en beseffen ze te weinig dat studentenjobs ook ervaring opleveren om later met een sterker cv in de arbeidsmarkt te stappen. Met ‘Randstad Young Talents’  slaan we sinds 2012 de brug tussen bedrijven en studenten en creëren we samen met ondernemingen en start-ups studierelevante bijbanen en graduate jobs. Dat zijn jobs die én het cv versterken én de nodige inhoudelijke meerwaarde opleveren voor de onderneming én geen bedreiging vormen voor de reguliere werknemersstatuten. Noem het ‘plus’jobs. Banen of projecten die al lang in de kast liggen en waarvoor bedrijven de middelen, de mensen of de tijd niet konden of wilden vrijmaken, maar die we nu van onder het stof halen en studenten voor inschakelen. Die doen niet alleen studiegerelateerde ervaring op, maar leren ook de onderneming kennen. Liefst 84% van die studenten kiest voor dezelfde werkgever bij de keuze van een volgende (studenten)job. Er is dus een grote doorstroom van de studierelevante bijbaan naar een vaste functie in het bedrijf. Dat cijfer bewijst opnieuw hoe in tijden van groeiende arbeidskrapte studentenarbeid een waardevol rekruteringskanaal kan zijn voor de werkgevers.

 

Door alle positieve boodschappen heen hoor ik echter ook bezorgde geluiden. Ouders vrezen voor de studieresultaten van hun zonen en dochters. Onterecht stelt Stijn Baert. Volgens de arbeidsmarktdeskundige aan de Universiteit Gent wijst geen enkele studie erop dat werken een negatieve impact heeft op studeren. Mijn ervaring leert dat we jongeren inzicht moeten bieden in hun eigen talenten. Het is uitermate belangrijk dat jongeren werkervaring opdoen tijdens hun studie. Neem het van mij aan, werkgevers zijn echt niet op zoek naar schoolverlaters die nog nooit een voet in een bedrijf hebben gezet. Maar even zo belangrijk is dat de jongere zichzelf niet overschat.

‘Krijg je zo’n job gerijmd met je studiewerk?’, is de eerste, weldoordachte vraag die we bij Randstad Young Talents stellen.


Studies krijgen altijd prioriteit, maar tegelijk moeten studenten ook leren om een balans te vinden voor zichzelf. Dat zal in hun latere beroepsleven niet anders zijn. Daarom kaats ik de bal terug naar de jongeren die in ons onderzoek beweren (44%) dat werken tijdens het schooljaar een negatieve invloed heeft op de studieprestaties.

leren en presteren

Voor alle duidelijkheid, ik zet de studierelevante bijbaan bewust niet onder of boven de stage. Beiden modellen vormen een evenwaardig en relevant leerplatform, maar de insteek, drive en dynamiek zijn totaal verschillend. Betaalde arbeid brengt zowel de werkgever als de student in een andere mindset. Ik was zelf nog student toen ik eind jaren 90 als persoonlijke hostess werkte voor André Oosterlinck, rector van de KU Leuven. En wilde behalve veel leren, ook uitstekend presteren. Het feit dat ik werd betaald, was voor mij een extra motivator. Anderzijds vond mijn werkgever dat hij in ruil voor dat loon de lat hoger kon leggen. 

Een stage focust minder op de economische return on investment voor de organisatie of onderneming. Daar komt de student in de allereerste plaats om te leren. Binnen zo’n context past de werkgever de jobinhoud en zijn doelstellingen dan ook aan. Geen harde KPI’s voor de stagiair, wel voor de jobstudent. 

Mijn bottomline? Hoe sneller een student de juiste oriëntatie en keuze maakt, hoe sneller hij kan worden ingeschakeld op de arbeidsmarkt.


Ik spreek dan wel voor de eigen winkel, maar is het een idee om bijvoorbeeld tussen de bachelor- en masterjaren een voltijds, studierelevant werkjaar in te bouwen? Zo integreer je beide werelden in de opleiding en beginnen de studenten met een rugzak vol praktijkkennis en werkervaring aan hun laatste jaar. In essentie streeft duaal leren dezelfde kruisbestuiving na. De levenslange combinatie werken-leren wordt hoe dan ook het nieuwe normaal. Hoe vroeger je daarmee start, hoe productiever het werkt voor iedereen.

Vivian Roks – Innovation Lead Randstad