instroom als motief voor uitzendarbeid onderbenut door kmo’s

14 procent van de Belgische bedrijven is onbekend met ‘instroom’ als motief voor uitzendarbeid. Dankzij die regeling kunnen werkgevers gebruikmaken van uitzendarbeid om nieuwe medewerkers te rekruteren. ‘Een gemiste kans, want uitzendarbeid heeft zo zijn voordelen als aanwervingskanaal’, zegt Ann Schils van Randstad.

‘Instroom is administratief ietsje zwaarder, maar er zijn zoveel voordelen aan verbonden’ - Ann Schils, Director Operations Antwerpen & Limburg bij Randstad

 

uitzendwerk als rekruteringskanaal? Ja, dat kan!

 

De Stichting Innovatie & Arbeid vroeg meer dan 2.000 Vlaamse ondernemingen en organisaties naar hoe ze uitzendarbeid inzetten. Daaruit blijkt dat grote ondernemingen (59%) vaker een beroep doen op uitzendarbeid dan kleine ondernemingen (26%).

Ann Schils, Director Operations Antwerpen & Limburg bij Randstad: ‘Grote ondernemingen focussen meer op hun hoofdactiviteiten. Het sourcen van mensen valt hier niet onder. Daarom laten ze dit meestal over aan een specialist. Kmo’s zoeken veel vaker zelf naar (tijdelijke) arbeidskrachten. Enerzijds om kosten te besparen, anderzijds omdat ze er vaak ten onrechte van uitgaan dat ze alleen op die manier iemand zullen vinden die past in hun team.’

 

vaste rekrutering via uitzendkantoor

Bedrijven hebben meestal meer dan één motief voor het inzetten van uitzendarbeid. Naast het opvangen van pieken (48%) en het tijdelijk vervangen van afwezig personeel (53%), is de rekrutering van nieuwe medewerkers (55%) het belangrijkst.

‘Veel bedrijven doen het binnen de huidige groeiende economische conjunctuur beter dan enkele jaren geleden. Daardoor hebben ze simpelweg meer mensen nodig. Maar omdat ze merken dat hun stapel spontane sollicitaties kleiner wordt, schakelen ze vaker een rekruteringsbureau of een uitzendkantoor in.’

Uitzendkantoren zijn voor bedrijven een prima kanaal om aan extra medewerkers te geraken. Toch wordt ‘instroom’ als motief – vooral door kmo’s – nog te weinig gebruikt. Sommige bedrijven kennen het principe niet, andere vinden het dan weer te ingewikkeld.

Onterecht, zegt An Schils. ‘Instroom is administratief ietsje zwaarder, maar er zijn zoveel voordelen aan verbonden. Een bedrijf dat wil aanwerven, kan die vacature onder het motief instroom bekendmaken via Randstad. Wij screenen de kandidaten en stellen er een aantal voor. Na een sollicitatieronde beslist het bedrijf met wie het in zee wil en stellen we een contract op. Werkgever en werknemer krijgen vervolgens zes maanden de tijd om mekaar te leren kennen; om te zien of er een ‘match’ is. De werknemer heeft minstens één maand garantie op werk. En na maximaal zes maanden stopt de uitzendperiode. Het bedrijf beslist dan of er een vast contract komt of niet. Indien er geen vaste aanwerving volgt, mag het bedrijf binnen een periode van negen maanden nog maximaal drie pogingen ondernemen om de vacature in te vullen via het instroommotief. Instroom biedt ook aan de kandidaat een grotere zekerheid omdat het uitzendkantoor één maand tewerkstellingsgarantie biedt. Dat maakt dat je ook kandidaten kan aantrekken die nu een andere vaste job hebben. In een krappe arbeidsmarkt, is dit een belangrijk aspect.’

 

grote kans op succes

‘Op die manier rekruteren, levert mooie resultaten op’, vertelt Ann Schils. ‘Uit onze cijfers blijkt dat in negen op de tien gevallen de eerste kandidaat aangeworven wordt. Slechts in uitzonderlijke gevallen is er een mismatch. De succesratio ligt dus zeer hoog. Een uitzendkantoor als Randstad heeft niet alleen de nodige kennis, maar ook een zeer grote pool potentiële kandidaten. Als marktleider bereiken we via onze kantoren en website de meeste kandidaten in België. Mochten kmo’s al die mensen via andere kanalen willen bereiken, dan zou hen dat veel meer moeite, tijd en geld kosten. De garantie om via ons een geschikte kandidaat voor een vaste functie te vinden, kunnen we bedrijven niet bieden; maar wél de grootste kans op succes. Instroom zal de komende jaren om al die redenen beslist veel populairder worden, daar ben ik vast van overtuigd.’