jongeren digitaal? 55-plussers traditioneel? Guess again!

Dat digitale zoek- en vindkanalen anno 2019 hun plaats hebben gevonden op de arbeidsmarkt werd recent bevestigd door een nieuwe studie van Randstad Research. Vacaturesites zijn goed voor 15%, Google voor 17% en sociale media voor 29%. Meerdere commentatoren gaven aan dat het vooral jongeren zijn die het internet gebruiken in hun zoektocht naar werk. Daarmee suggereren ze een soort tweedeling op de arbeidsmarkt waarbij jongeren vooral via digitale kanalen zoeken en de oudere leeftijdsgroepen meer via traditionele kanalen. Dat is een veel te algemene uitspraak. De relatie tussen leeftijd en het gebruik van digitale middelen om werk te zoeken en te vinden is een stuk ingewikkelder dan op het eerste zicht lijkt.

werk zoeken.

Kijken we naar de belangrijkste zoekkanalen van jongeren -25 dan valt op dat VDAB (46%) en uitzendkantoren (44%) ook bij die groep nog steeds de meest gebruikte zoekkanalen zijn, zij het nipt gevolgd door Google (42%) en vacaturesites (35%). Vergelijken we de jongeren met de oudere collega’s dan zoeken zij inderdaad minder bij de VDAB (46%) dan 55+ (64%) maar dat verschil stellen we bij uitzendkantoren dan weer niet vast (44% versus 38%). Jongeren blijken ook niet meer via vacaturesites te zoeken dan de oudere collega’s (35% tegenover 37% voor 55+). Bij Google en sociale media merken we een ander patroon. Zowel bij Google, Facebook en Twitter merken we dat jongeren het meer gebruiken in hun zoektocht naar werk. De enige uitzondering is LinkedIn die net iets minder door jongeren wordt aangewend.

werk vinden.

Wat merken we nu bij het vinden van werk? Hoewel vacaturesites niet méér door jongeren worden gebruikt om werk te zoeken, blijken jongeren wel in meer gevallen werk via deze sites te vinden dan de oudere collega’s (18% versus 11% voor 55+). Deze vacaturesites zijn dus efficiënter voor jongeren. Of hebben we hier (gedeeltelijk) te maken met passief of onbewust discriminerende algoritmes? Dit alles mag ons niet doen vergeten dat ook wat het vinden van werk betreft uitzendbedrijven (29%) en VDAB (25%)  samen met persoonlijke connecties de belangrijkste vindkanalen bij jongeren blijven, nog steeds redelijk afgetekend ten opzichte van de vacaturesites (18%).

minder kansen voor 55-plussers

Bij Google en de sociale media is de situatie opnieuw gemengd. Google ontpopt zich bij jongeren duidelijk tot de challenger van de traditionele vindkanalen met een aandeel van 24%. Dat ligt inderdaad fors hoger dan bij 55-plussers (nauwelijks 6%). Gedeeltelijk is dit gevolg van verschil in zoekgedrag maar we merken dat bij 55-plussers het zoeken via Google ook minder efficiënt verloopt dan bij de jongeren. Als een 55-plusser via Google zoekt is de kans op werk minder groot dan bij jongeren. Hetzelfde geldt voor Facebook. Bij LinkedIn is het nog meer uitgesproken.

Ondanks het feit dat 55-plussers evenveel zoeken via dit kanaal als de jongeren, vinden ze veel minder werk via dat kanaal (resp. 4 en 9%). Dit is een redelijk pijnlijke vaststelling als we in rekening nemen dat LinkedIn nu net het kanaal is waarbij respondenten hun eigen competenties uitgebreid in de verf kunnen zetten. Wat dit betreft moeten de nieuwe kanalen het duidelijk afleggen tegen de traditionele. Daar is er nagenoeg geen verschil tussen jongeren en 55-plussers.

Slotsom: het klopt niet dat jongeren systematisch meer inzetten op digitale kanalen. Ook 55-plussers maken van sommige van deze kanalen veel gebruik. En ook bij jongeren moeten digitale kanalen het (voorlopig?) nog steeds afleggen tegen de meer traditionele kanalen. Dit komt voor een flink stuk omdat deze laatste, zeker in België, geanticipeerd hebben op de digitaliseringsgolf.

Daarnaast merken we dat alle digitale kanalen minder efficiënt zijn voor 55-plussers. Zelfs als deze laatste een kanaal evenveel gebruiken leidt het in minder gevallen tot werk. Als 55-plussers werk vinden, is het grotendeels via de traditionele kanalen (VDAB, uitzendkantoren of persoonlijke connecties). 

Misschien moeten de nieuwe spelers zich hierover eens bezinnen?
Meer weten?

 

 Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige Randstad