studenten werken steeds meer.

Studenten werken naar eigen zeggen gemiddeld 50 dagen per jaar. Dat is 7 dagen meer dan bij de vorige peiling in 2017. Dat blijkt uit de jaarlijkse studentenstudie van hr-dienstverlener Randstad bij 1000 studenten. Bovendien zouden bijna twee studenten op drie de wetgeving willen aangepast zien en nog meer aan de voordelige voorwaarden willen werken dan de 475 uur per jaar. Het succes van de steeds flexibelere wetgeving toont aan dat ze tegemoet komt aan de enorme nood aan flexibiliteit bij zowel studenten als Belgische bedrijven. Een aantal resultaten uit de studie wijzen er echter op dat de grenzen van de steeds flexibelere studentenwetgeving zijn bereikt. 

zwartwerk verrassend opnieuw licht toegenomen

 

nog meer werken?

Randstad polste in april 1000 studenten naar een mogelijke negatieve impact van werk op hun studies en komt tot een aantal opmerkelijke signalen:

  • 17% van de bevraagde studenten werkt tijdens de lesuren
  • de helft van de studenten kreeg al te maken met werkgevers die hen probeerden te overtuigen om ook tijdens de lesuren te werken.
  • één student op vier werkt ook tijdens de blok- en/of examenperiode.
  • studenten lijken steeds meer te werken tijdens de week. Het aantal studenten dat naar eigen zeggen regelmatig werkt tijdens de week is toegenomen van 26% in 2017 naar 44% in 2018.
  • één student op vier geeft zelf aan dat werken tijdens het schooljaar een negatieve invloed heeft op de studieprestaties

“Het succes van de huidige wetgeving toont aan dat ze sterk tegemoet komt aan de nood van zowel de studenten als hun werkgevers aan flexibiliteit aan erg voordelige voorwaarden. Maar de resultaten van onze studie lijken erop te wijzen dat de grenzen van deze flexibele wetgeving stilaan bereikt zijn en dat een verdere uitbreiding wel degelijk een negatieve impact kan hebben op de studieprestaties. En het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn om studenten zo sterk in te schakelen op de arbeidsmarkt tijdens hun studies – voor slechts 14% van hen in jobs die echt in het verlengde van hun studies liggen – dat ze vervolgens met vertraging aan de start van hun loopbaan komen.” - Elin De Vits, Randstad.

 

hardnekkig zwartwerk

Sinds het begin van de metingen schommelt het aantal studenten dat in het zwart werkt grosso modo tussen de 15 en 20%. Te verwachten viel dat de nieuwe studentenwetgeving die begin 2017 van kracht werd de laatste drempel om met een contract te werken weggenomen had. De eerste peiling vorig jaar rapporteerde ook een daling van het aantal zwartwerkers naar 13%. Vandaag geeft opnieuw 17% van de studenten aan dat ze zonder een contract aan de slag zijn. Bij de -18-jarigen gaat het om één student op vier.

Net zoals recent werd gerapporteerd dat maatregelen tegen zwartwerk als de witte kassa’s en de flexijobs het moeilijk hebben om het zwartwerk terug te dringen, lijkt ook de flexibele studentenwetgeving geen mirakeloplossing te zijn in de strijd tegen zwartwerk bij studenten.

 

betutteling?

Uit onderzoek van de Michigan State University bij werkgevers naar de mate waarin ouders betrokken zijn bij de zoektocht naar werk van hun kinderen bleek dat ouders zich steeds vaker bemoeien met de zoektocht naar werk, de sollicitatiegesprekken en evaluaties van hun kinderen.

Randstad ging na in welke mate de Belgische studenten op eigen benen staan voor hun zoektocht naar de geschikte studentenjob. Dat blijkt vrij goed mee te vallen. Bijna één student op vijf geeft aan dat mama of papa alle taken die te maken hebben met het vinden van een studentenjob – van het zoeken, over het solliciteren tot de administratie – volledig voor hun rekening nemen. Dat aandeel ligt logischerwijze hoger bij de studenten onder de 18 jaar (26%).

 

andere opmerkelijke vaststellingen

  • 14% van de studenten werkt niet. Ze werken niet tegen betaling, doen geen klussen en engageren zich niet als vrijwilliger
  • de sectoren die het meeste beroep doen op studenten zijn overduidelijk de detailhandel (21%), de horeca (17%) en de overheid/non-profit (14%). gevraagd naar de laatste job die ze deden, gaan de meeste studenten aan de slag als administratief bediende (13%), gevolgd door een job als productiearbeider (10%) en kassier(ster) (9%).
  • familie blijft met 30% het meest doeltreffende kanaal om een studentenjob te vinden. Uitzendkantoren zijn met 17% het efficiëntste formele kanaal om een studentenjob te vinden.
  • slechts 4% van de respondenten vreest dat hij of zij pas meer dan een jaar na het afstuderen aan de slag zal zijn. Als we deze cijfers vergelijken met de schoolverlatersstudie 2018 van de VDAB, dan zien we dat één jaar na het afstuderen 10,5% van de schoolverlaters nog werkzoekend is. Studenten schatten hun kansen op de arbeidsmarkt dus iets te positief in.