belastingen

studentenwetgeving: belastingen

Moet ik als student belastingen betalen?

Blijf ik fiscaal ten laste van mijn ouders?


Blijven mijn ouders kinderbijslag ontvangen?

 

Moet ik als student belastingen betalen?
Inhouding van bedrijfsvoorheffing op je loon
Indien je als student zonder afhouding van RSZ werkt, dan wordt er ook geen bedrijfsvoorheffing (belasting) ingehouden.

Studententewerkstelling onderworpen aan de RSZ

Als je werkt als student met RSZ-afhouding, wordt op je loon wekelijks bedrijfsvoorheffing (belasting) ingehouden zoals op het loon van elke andere werknemer (voor een uitzendkracht is dit minimum 18 %).

Inkomstenbelasting

Indien je over het hele jaar 2014 een netto belastbaar inkomen hebt van meer dan 7.350 EUR, zal je belastingen moeten betalen.

Indien je netto belastbaar inkomen in 2014 minder dan 7.350 EUR bedraagt, zal je geen belastingen moeten betalen en zal de eerder ingehouden bedrijfsvoorheffing worden teruggestort door de fiscus.

Hiertoe moet je in 2015 een belastingaangifte indienen. Indien je geen aangifteformulier hebt verkregen, moet je er zelf een aanvragen bij de fiscus. Je werkgever zal je een fiche 281.10 overmaken aan de hand waarvan je je belastingaangifte kan invullen.

Om je netto belastbaar inkomen te kennen, moet je je bruto inkomen verminderen met de RSZ of solidariteitsbijdrage. Zo bekom je je bruto belastbaar inkomen. Hiervan mag je nog je beroepsonkosten aftrekken. Indien je niet werkelijk je beroepsonkosten bewijst, dan mag je een forfaitair bedrag aan kosten inbrengen.

Dat forfaitair bedrag is een vast percentage dat je niet hoeft te bewijzen maar wel mag inbrengen als kosten bij het invullen van je belastingen.


Opmerking: Wie werkt onder een arbeidersstatuut, krijgt het vakantiegeld het jaar nadien betaald van het RJV.

Indien je werkt als bediende, betekent dit dat je nettoloon gelijk is aan:
Brutoloon 100%
+ Vakantiegeld 15,34%
- 13,07% RSZ-bijdrage van 106,8% van het brutoloon
- bedrijfsvoorheffing (min. 18%)
= Nettoloon

 

Blijf ik fiscaal ten laste van mijn ouders?
Het loon dat jij verdient als student, kan gevolgen hebben voor de belastingen die je ouders moeten betalen. Je ouders krijgen immers een belastingvermindering per kind ten laste.

Als je in 2014 als student werkt, blijf je fiscaal ten laste van je ouders als je:

  • op 1 januari 2015 nog deel uitmaakt van het gezin (werkelijk en permanent bij je ouders woont)
  • in 2014 max. 3.110 EUR netto belastbare bestaansmiddelen hebt gehad (4.490 EUR voor een alleenstaande ouder).


Deel uitmaken van het gezin op 1 januari
Dit wil zeggen dat je op 1 januari 2015 nog steeds met je ouders moet samenwonen.
Afwezigheden wegens ziekte of om studieredenen (kotstudenten) worden niet in aanmerking genomen.

Max. 3.110 EUR netto bestaansmiddelen in 2013
Om ten laste te blijven van je beide ouders, mag je slechts 3.110 EUR netto bestaansmiddelen genoten hebben in 2014.

Indien je ten laste bent van een alleenstaande ouder, geniet je van een verhoogd maximumbedrag van de netto bestaansmiddelen, nl. 4.490 EUR.

Voor de vaststelling van 3.110 EUR of 4.490 EUR netto bestaansmiddelen wordt rekening gehouden met alle inkomens behalve:

  • kinderbijslagen, kraamgeld, adoptiepremies, studiebeurzen en premies voor het voorhuwelijkssparen;
  • de wettelijke toelagen van personen die minstens voor 66% mindervalide zijn;
  • alimentatiegeld, met een maximum van 3.110 EUR per jaar;
  • de eerste schijf van 2.590 EUR bruto belastbaar van het loon dat je verdiend hebt met een studentencontract.


Om tot het bedrag van de netto bestaansmiddelen te komen, moet je het brutoloon verminderen met de RSZ- of solidariteitsbijdrage en met de beroepskosten.

Deze beroepskosten moet je effectief bewijzen bij je belastingaangifte. Indien je de werkelijke beroepskosten niet bewijst, dan worden de beroepskosten automatisch vastgesteld op een forfaitaire aftrek van 20%.

Voor meer informatie, zie de website van FOD Financiën.

Wat indien je meer dan 3.110 EUR netto bestaansmiddelen hebt ontvangen in 2014?

Jij zal daar geen hinder van ondervinden, voorzover je netto belastbaar inkomen kleiner is dan 7.350 EUR. Je ouders daarentegen dragen hiervan wel de gevolgen.

Indien je meer dan 3.110 EUR netto bestaansmiddelen hebt ontvangen, ben je niet meer fiscaal ten laste van je ouders en kunnen zij dus niet meer genieten van een belastingvermindering voor jou.

De belastingvermindering voor kinderen ten laste bestaat uit een verhoging van het belastingvrije gedeelte van het inkomen (7.350 EUR).

Voor je ouders bedraagt de vrijstelling per kind ten laste:

Rang van het kind Vrijstelling voor dit kind Globale vrijstelling
1e kind 1.490 EUR 1.490 EUR
2e kind 2.330 EUR 3.820 EUR
3e kind 4.750 EUR 8.570 EUR
4e kind 5.290 EUR 13.860 EUR

Voorbeeld:
"Je ouders hebben 3 kinderen. Jij hebt in 2014 meer dan 3.110 EUR netto bestaansmiddelen genoten. Dit betekent dat jij in 2015 fiscaal niet meer ten laste van je ouders wordt beschouwd. Je ouders hebben dus maar 2 in plaats van 3 kinderen ten laste.

Concreet betekent dit dat je ouders dus meer belastingen moeten betalen omdat jij gewerkt hebt."

 

Blijven mijn ouders kinderbijslag ontvangen?
Je ouders ontvangen kinderbijslag voor jou tot de leeftijd van 25 jaar en dit zolang je studeert.

Indien je werkt, blijft het recht op kinderbijslag behouden als de tewerkstelling aan bepaalde voorwaarden voldoet.

Als je werkt tijdens de maanden juli, augustus en/of september (3e kwartaal)
Het recht op kinderbijslag voor het 3e kwartaal blijft steeds integraal behouden, ongeacht het aantal gewerkte uren of type contract.

Als je werkt tijdens de rest van het kalenderjaar (1e, 2e en 4e kwartaal)
Werk je tijdens het 1e kwartaal (januari tot maart), 2e kwartaal (april tot juni) en/of 4e kwartaal (oktober tot december) dan behoud je het recht op kinderbijslag op voorwaarde dat je niet meer dan 240 uur per betreffende kwartaal werkt. Je ouders verliezen dus het recht op kinderbijslag voor elke maand van het kwartaal waarin de grens van 240 uur overschreden is. Enkel de effectief gepresteerde uren worden in rekening genomen.

Kinderbijslag voor studenten die hun studies beëindigen tijdens hun laatste schoolvakantie
Een student die zijn studies beëindigt en niet opnieuw begint te studeren na de vakantie, behoudt zijn kinderbijslag wanneer hij een bezoldigde activiteit tijdens zijn laatste vakantie uitoefent op voorwaarde dat de jeugdige afgestudeerde niet meer dan 240 uur tijdens de maanden juli, augustus en september werkt, ongeacht de aard van het arbeidscontract (gewone arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst voor studenten) 

Onder laatste schoolvakantie verstaat men:

  • voor afgestudeerden niet-hoger onderwijs: vakantie toegekend door de onderwijsinstelling waar de jongere voor de vakantie gestudeerd heeft en die ten laatste op 31 augustus eindigt.
  • voor afgestudeerden hoger onderwijs: vakantie toegekend door de onderwijsinstelling waar de jongere voor de vakantie gestudeerd heeft en die ten laatste op 30 september eindigt.

Als je pas afgestudeerd bent en ingeschreven als werkzoekende
Na het beëindigen van je studies kunnen je ouders het recht op kinderbijslag tijdens je wachttijd behouden als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

De wachttijd bedraagt:

  • 6 maanden indien je jonger bent dan 18 jaar
  • 9 maanden indien je ouder bent dan 18 jaar

Je ouders kunnen nog kinderbijslag genieten gedurende:

  • 180 dagen indien je jonger bent dan 18 jaar
  • 270 dagen indien je ouder bent dan 18 jaar

Deze periode van 180 of 270 dagen gaat automatisch in op:

  • 01/08 indien je jonger bent dan 18 jaar
  • 01/09 (of vanaf het einde van de tweede zittijd) indien je ouder bent dan 18 jaar
  • vanaf de dag na het beëindigen van je studies indien je je studies hebt stopgezet tijdens het schooljaar.

Opdat de kinderbijslag ook effectief zou uitbetaald worden, moet je je wel gaan inschrijven als werkzoekende bij de VDAB (Vlaanderen) of bij de Actiris (Brussel).

Het recht op kinderbijslag gedurende 180 of 270 dagen begint immers automatisch te lopen op 01/08 of op 01/09, maar de kinderbijslag zal pas effectief uitbetaald worden vanaf de dag van inschrijving bij de VDAB of Actiris.

Tijdens de wachttijd verlies je het recht op kinderbijslag voor elke maand waarin je werkt en je loon meer bedraagt dan 520,08 euro bruto.

Voor meer informatie over kinderbijslag, zie de website van Partena.